De krijtlijnen van een scholenband

VVOB kiest ervoor scholen te ondersteunen in het uitbouwen van hun samenwerking op een manier die veel vrijheid laat, maar die tegelijk wel enkele uitgangspunten bewaakt: het partnerschap wordt opgebouwd rond een aantal educatieve doelstellingen en heeft de ambitie duurzaam te evolueren. De uitwisseling gebeurt op basis van gelijkwaardigheid.

Volwaardig partnerschap

Een partnerschap mag geen eenzijdige transfer van kennis of middelen zijn. Het is ook geen eenmalige gezamenlijke activiteit. Een partnerschap is een samenwerkingsproces rond gemeenschappelijke thema’s en doelen.

Beide partners leveren input en nemen initiatief. Wederkerigheid is een essentieel element. Beide scholen dragen een gedeelde verantwoordelijkheid voor het welslagen van de samenwerking en het realiseren van de doelen. Het eindresultaat van dergelijke samenwerking moet altijd een win-win opleveren.

Om een partnerschap te doen slagen, is een goede verstandhouding over wat beide scholen ermee willen bereiken noodzakelijk. Hierrond moeten de scholen open en eerlijk communiceren.

Educatieve doelstellingen

De kernopdracht van een school is onderwijzen. Daar zijn leraren goed in, daarin bieden ze een meerwaarde, daar hebben ze impact. Daarom staan in een scholenband de onderwijsdoelstellingen centraal.

Het lerende aspect is fundamenteel en daar kan op diverse manieren invulling aan gegeven worden. Leerlingen leren óver en ván hun leeftijdsgenoten in de partnerschool en ze leren samenwerken. Deze kennis, vaardigheden en attitudes zijn van steeds groter belang voor de uitdagingen van de mondiale samenleving. Tegelijk kan de ervaringsuitwisseling tussen de leraren en scholen bijdragen tot een versterking van het schoolmanagement en de onderwijskwaliteit.

Duurzaamheid

‘Duurzaamheid’ heeft meerdere betekenissen. Het duidt onder andere op het langetermijnperspectief: om elkaar echt te leren kennen en alle troeven van een scholenband te kunnen benutten is tijd nodig. Ervaring leert dat een scholenband vaak een inloopperiode nodig heeft om contacten te leggen, praktische obstakels uit de weg te ruimen en doelstellingen op elkaar af te stemmen.

Duurzaamheid betekent ook een zekere mate van onafhankelijkheid. Een scholenband is een partnerschap tussen scholen. Het initiatief en de verantwoordelijkheid voor de samenwerking ligt dan ook bij hen. Anderen kunnen inspireren, adviseren en ondersteunen maar mogen niet in de plaats treden van de scholen. Duurzaamheid slaat ook op de financiële onafhankelijkheid van de scholenband. Wanneer externe financiële steun wegvalt, nemen de scholen het engagement op om de kosten zelf (al dan niet met fondsenwervende activiteiten) op te vangen.

Ten slotte verstaan we duurzaamheid ook als een kwaliteitsvereiste voor de activiteiten in het kader van de scholenband. Er moet rekening gehouden worden met de ecologische, economische en sociale belangen van de huidige generaties zowel in Noord als Zuid, zonder dat dit ten koste gaat van behoeftes van de toekomstige generaties.

Gelijkwaardigheid

Geen twee scholen zijn dezelfde. De context, gewoontes en mogelijkheden zijn verschillend. Het is dus logisch dat de prioriteiten en verwachtingen, de concrete inbreng en de manier van communiceren voor de scholen heel verschillend kunnen zijn. De scholen in een partnerschap zijn dus niet gelijk, maar de samenwerking moet wel gelijkwaardig zijn.

Gelijkwaardigheid is een voortdurende evenwichtsoefening. Beide scholen moeten een gelijke kans hebben om hun noden uit te drukken. Elke partner moet voordeel halen uit de samenwerking. Sleutelbegrippen voor gelijkwaardigheid in het partnerschap zijn respect, openheid en afstemming.