Gambia

Gambia grenst aan Senegal en de Atlantische Oceaan. Het land bestaat uit een smalle strook langs de Gambia-rivier: het is zo'n 250 kilometer lang en slechts enige tientallen kilometers breed. Het landschap is licht glooiend met wat heuveltjes; het hoogste punt bedraagt ongeveer 40 meter waardoor het nog platter is dan Nederland. Dwars door het land loopt de goed bevaarbare Gambia-rivier. Gambia heeft een subtropisch klimaat met een droog en een nat seizoen.

In 1965 werd Gambia onafhankelijk, zij het nog onder de vlag van het Britse Gemenebest.Pas in 1970 werd Gambia volledig zelfstandig, waardoor het de laatste Britse kolonie in Afrika was die onafhankelijk werd.

Gambia telt ongeveer 1,8 miljoen inwoners. De bevolkingsdichtheid is ongeveer 176 inwoners per vierkante kilometer. Daarmee is het één van de dichtstbevolkte landen van Afrika. De bevolking van Gambia is afkomstig van vele stammen, ieder met hun eigen cultuur en taal. Er leven in Gambia ongeveer vijftien verschillende stammen die ca. 30 verschillende talen spreken. De belangrijkste zijn Mandinka, Wolof, Fulani, Dyda, Serer en Serahule. De officiële taal is Arabisch (voorheen Engels) maar het Engels en ook het Frans worden goed beheersd in Gambia. Op de scholen wordt ook Engels onderwezen. Ongeveer 90% van de bevolking is moslim.

De economie van Gambia behoort tot de zwakste in de wereld. Ongeveer 61,3% van de bevolking leeft er onder de armoedegrens. Het inkomen per hoofd van de bevolking was in 2012 $1.864 (in Nederland is dit $43.629). De Gambiaanse economie is voornamelijk een agrarische. Belangrijkste exportproducten vormen nog steeds pinda’s en pindaproducten als pindaolie en veevoer. Deze monocultuur betekent dat Gambia sterk afhankelijk is van de pindaprijzen op de wereldmarkt en daardoor heeft de economie een wankele basis. Met steun van voornamelijk Britse ontwikkelingsgelden wordt geprobeerd de productiemethoden te verbeteren en de verbouw van andere gewassen te stimuleren. De nadruk ligt op de ontwikkeling van de landbouw en irrigatie van de moerassen rond de Gambia-rivier.

Het onderwijs

Iets meer dan een kwart van de bevolking heeft de school afgemaakt, maar een groter percentage kan wel lezen en schrijven.

Er bestaat geen leerplicht in Gambia. Kinderen kunnen op elk moment van hun leven instromen, maar gebruikelijk is dat dit gebeurt op vijf- of zesjarige leeftijd. Een vervolgopleiding wordt maar door zo'n 25% van de kinderen op het platteland gevolgd. Het zes jaar durende lager onderwijs is gratis. Het is verplicht om een schooluniform te dragen, waarvan de kosten betaald moeten worden door de ouders. Er zijn zowel particuliere scholen als scholen gefinancierd door de overheid. Op de veelal islamitische scholen wordt de Koran onderwezen, en daarom is het volgen van lessen Arabisch verplicht.

De middelbare en hogere scholen berekenen hun kosten volledig door aan de ouders. Het middelbaar onderwijs valt uiteen in drie jaar junior secondary school. Daarna kan men nog verder op de senior secondary school. De hogere opleidingen duren gemiddeld vijf jaar. Hoger onderwijs betekent in het geval van Gambia administratieve opleidingen en middelbaar technisch onderwijs. Gambia heeft ook een universiteit: The University of Gambia in Serrekunda, in de hoofdstad Banjul.

Hoewel het aantal scholen snel groeit, is er nog een chronisch tekort. Er zijn ruim 200 scholen voor lager onderwijs. Ongeveer 70.000 kinderen volgen dit onderwijs. Er zijn 25 scholen voor middelbaar onderwijs en 10 scholen voor hoger beroepsonderwijs. Slechts 15.000 scholieren volgen middelbaar onderwijs en nog minder, 1500 leerlingen, volgen hoger onderwijs.

De schoolvakanties

Midden juni tot eind augustus is de zomervakantie. De nationale feestdag is op 18 februari. Verder zijn er nog veel christelijke en islamitische feestdagen. In oktober, december en met Pasen zijn er ook vaak vrije dagen.

Praktische weetjes

Vooraf

  • Reisdocumenten: een internationaal paspoort heb je altijd nodig. Vraag dit op tijd aan. Let op, heb je al een internationaal paspoort, zorg dan dat dit zeker nog zes maanden geldig is bij terugkomst.
  • Visum: Er is geen visum nodig.
  • Verzekering: een repatriëringsverzekering (medische bijstand en repatriëring) is aan te raden.
  • Medisch: Inentingen zijn niet verplicht voor Gambia. Wel worden een DTP-vaccinatie en bescherming tegen hepatitis A aanbevolen.Er bestaat een verhoogd risico op mazelen. Voor meer informatie, contacteer het Instituut voor Tropische Geneeskunde te Antwerpen. Ga ook voor je vertrek nog eens langs bij de tandarts (of andere artsen wanneer je een zwakkere gezondheid hebt of vermoedens van een aankomende kwaal).
  • Veiligheid: voor gedetailleerde informatie over de veiligheidssituatie kan je terecht op de website van het ministerie van Buitenlandse zaken. Laat je echter niet te snel van de wijs brengen door de informatie hierop. Die is bedoeld om al te argeloze toeristen te waarschuwen, maar ook in België lopen dieven en oplichters rond, in stations zijn zakkenrollers en carjacking komt ook voor in de grotere steden in België. 

Ter plaatse

  • Geld: de munteenheid is de dalasi (GMD)
  • Elektriciteitsvoorziening: 230 volt, andere stekkers dan in België (type G)
  • Internet: Breedband internet is nauwelijks beschikbaar. In een beperkt aantal steden zijn cybercafés te vinden. Er zijn nauwelijks of geen openbare gelegenheden die internet aanbieden.
  • GSM: Een Belgische GSM is bruikbaar in Gambia.
  • Kledij: Neem luchtige, katoenen of linnen kleding mee. Een regenjas of -poncho kan van pas komen. Pak ook een (fleece)trui of vest in voor de koelere avonden, zeker in de winter.